Ik zit alweer bijna in mijn laatste maand. Echt zo’n maand om eens een frisse wending te geven aan mijn reis. Dus besloot ik, na het nuttigen van een Aziatisch maal, dat ik de makers van dit gerecht ook maar eens moest opzoeken in hun habitat. Als mijn vliegtuig toch al dit continent aandoet, waarom dan niet even de piloot een mes op de keel zetten en hem vriendelijk te vragen een landing voor me te maken in Singapore? Dus zo geschiedde. Kortom: op valentijnsdag 2010 (ja, de meesten van jullie zingen dan mee met Ben en de Brulapen tijdens carnaval) vlieg ik naar Singapore! Om daar eens twee weken alle smaken Tjip-tjap-tjoi te gaan uitproberen. En wellicht ook wat tempeltjes en Thaise eilandjes te bekijken.
Dit betekent wel dat ik dus nog maar iets meer dan twee weken in Queensland heb. Die ene staat in het noordoosten van Australie. Bij de vorige post liet ik jullie (hopeloos smachtend naar meer avonturen) achter in Brisbane. Matthijs (je weet wel, die jongen van de ijsjes) kroop weer achter zijn Autocad-PC om lijnen te trekken in Melbourne en ik was weer wezenloos op mezelf aangewezen in dit grote land. Eenzaam stapte ik in de bus naar Noosa. Waar mij hoge golven, lekker weer en surfchicks waren beloofd. En op de golven na was Noosa dat ook precies. Het is 1 van de laatste plaatsen waar je aan de oostkust (going up) kunt surfen, alles daarboven wordt geblokkeerd door het Great Barrier Reef. Echter, de twee dagen dat ik er spendeerde hadden de windgoden (Stormus en Orkanus) besloten een dagje vrijaf te nemen. En kon ik mijn mijn gebruinde surflichaam dus (helaas?) niet tonen aan de menigte op het strand. Daarom maar wat gaan rondlopen en hardlopen (ja, eindelijk weer. In de bloedhitte een heuvel op van 2 km. Nice) in het National Park dat pardoes naast het dorpje ligt. Vul de open gaten in de dag op met hangen op het strand, ouwehoeren in het hostel met Italiaanse zwemmers, Groningse junkies en Australische voetbalfans en je hebt een beetje een beeld van mijn tijd daar. more…
