“Lap”, ginnegapte Wilbert terwijl hij pardoes door het kippengaas naar binnen viel. Het uilskuiken van het hok stond paf. Sedert het jaar prik had hij dit soort strapatsen nimmer meegemaakt.
“Mieters, sla ik daar even een flater. Verkneukelde ik me zo om naar dat geboefte te koekeloeren, stap ik per abuis op een bups korrels. Ik maak er echt een potje van”, stamelde minkukel Wilbert.
Het geteisem van het hok liet zich niet bedotten. Het gebeurde namelijk vaker: gulzige snoodaards die tijdens het sprokkelen amok kwamen maken. Die belhamels met hun malle fratsen, en dan het hele hok aan gruzelementen. Deze maffe kwibus zorgde echter voor een uniek epistel. Een akkefietje van jewelste dat bij dit stel oelewappers nog lang zou beklijven. more…

Ineenstorting. Bam. Daar lig ik. Net na de finishstreep val ik op het koude rode tartan. Een diep gehijg. Hoe lang ik lig? Een paar seconden misschien. Of anderhalve minuut. Geen idee, ik heb het nodig.